Het eerste jaar van je kindje

De babybatterij

Bij Joanna (nu tien maanden oud) weten we altijd precies wanneer haar batterijtje bijna leeg is. Ze blijft maar jengelen, zet het op een buitenproportioneel huilen en ze maait met haar armpjes en beentjes alsof ze dat laatste beetje brandstof er nog net even doorheen moet knallen. Bedtijd dus. Na deze toestand laat ze, eenmaal in het ledikant, de vermoeidheid heel snel toe. Dit betekent dat ze of zomaar vertrokken is, of dat ze eerst nog een hele poos haar knuffeltje innig ligt te aaien voordat ze in slaap valt. Zodra de omgeving prikkelarm, warm en vertrouwd is, geeft ze zich over. Plotseling is er een oorstrelende rust in huis en hebben we de handen even vrij. Wat een genot.

Een eerste levensbehoefte

Ooit was er een tijd dat we allemaal het grootste gedeelte van de dag sliepen. Groeien gaat samen met slapen en om de wereld te kunnen ontdekken heb je een opgeladen batterij nodig. Het lijkt erop dat die batterij automatisch langer vol blijft naarmate we ouder worden. Met uitzondering van momenten waarop de slaap ons overvalt wanneer we teveel hooi op de vork hebben genomen. Na de volwassen fase breekt een tijd aan waarin de batterij vanzelf weer sneller leeg is en de middagdutjes opnieuw steevast deel uitmaken van het dagritme als bejaard lid van de maatschappij.

Hoe dan ook, slapen is een noodzaak. Dit besef komt keihard binnen wanneer je moeder of vader wordt, of het nu je eigen slaap of die van je kindje betreft. Mijn indruk is dat het belang van slaap, met name voor kersverse ouders, onderschat wordt. Misschien moet men een serie van verbrijzelde nachten eerst zelf eens hebben ervaren, voordat men begrijpt wat de gevolgen ervan zijn. Net als het gezegde: je weet pas wat je mist als het weg is.

Mama’s middagslaapje

Zelf houd ik niet zo van dutjes doen. Ze halen me uit de flow van de dag en ik vind het maar niets om meerdere keren per dag te moeten opstarten. Het ‘kost’ tijd en na een dutje voel ik me versuft. Ik ga het liefst gewoon door tot aan de nachtslaap. Tijdens de kraamperiode werd ik door mijn vriend en de kraamhulp voor mijn eigen bestwil gedwongen om dutjes te doen. Toegegeven: ik had ze nodig, want ik was zomaar vertrokken. Om vervolgens twee uren later verdwaasd te ontwaken met de gedachte: oja, das waar ook, we hebben een baby. Die dutjes lieten me de tweede helft van de dag een stuk beter uitzingen dan wanneer ik zo eigenwijs was om ze over te slaan.

Mijn hoofd maakte overuren die eerste weken, maanden. Naast het wennen aan een baby in huis was er ook genoeg te doen. Mijn slaapbehoefte was in die periode erg groot, hoewel de slaap juist meer dan ooit tevoren werd onderbroken. Waardoor de slaapbehoefte nog groter werd. Een vicieuze cirkel dus. Een wreed grapje van de natuur.

Slapen als een baby

Joanna sliep in de beginperiode veel en overal, maar er was geen peil op te trekken. Na een borstvoeding viel ze bijna gegarandeerd in slaap. Net als in de zomer buiten in de kinderwagen, alsof het zachte wiegen door de wind en de geluiden van de vogels in de omgeving een handje meehielpen. Ze kon dan zó ver van de wereld zijn dat ze spierwit weggetrokken was en nergens op reageerde, waarop we angstig op zoek gingen naar een teken van leven. Er was nooit iets aan de hand: de slaap had haar volledig overgenomen.

Rust en regelmaat

Een duidelijk slaapritme bleef lang uit en ik vond het destijds bovendien veel moeilijker dan nu om aan te voelen wanneer ze aan slaap toe was. Bij het missen van de eerste vermoeidheidssignalen was ze over de slaap heen: zie een kindje dat over haar toeren is maar eens in slaap te krijgen. Wat hebben we veel met een ontroostbare baby op onze armen rondgelopen.

Gelukkig heeft Joanna tegenwoordig een fijn slaapritme dat ons houvast biedt. Ze gaat meestal ’s ochtends rond half elf en ’s middags rond half twee naar bed. Afhankelijk van de inspanningen die dag kan ze daarna tussendoor prima nog een dutje doen voordat ze rond zes uur ’s avonds aan de nachtslaap begint. Om vervolgens zo tot acht uur de volgende morgen de nacht door te trekken. Hémels.

Verschillen moeten er zijn

Ik weet als geen ander hoe het voelt om gebukt te gaan onder gebroken nachten. Joanna was de eerste acht maanden een veelvuldige ‘nachtbreker’. We liepen heel wat heen en weer naar de kinderkamer. De meeste ouders die ik over dit onderwerp sprak, gaven aan dat hun kindje rond de leeftijd van acht weken al lekker doorsliep. In de overlevingsmodus waar ik me bevond, kon ik daarover woest van jaloezie worden. Maar we moesten het nu eenmaal doen met onze situatie en gewoon doorgaan met alle dingen die dagelijks nodig waren.

Slaapachterstand

Als Joanna een slechte nacht had gedraaid, dan haalde ze de volgende dag overdag haar slaapquotum wel. Omdat ons leven als ouders zich toch vooral overdag afspeelde, liepen we een behoorlijke slaapachterstand op. Al denk ik niet dat je kunt rekenen in een totale slaapachterstand: als ik alle gemiste uren slaap bij elkaar zou optellen, zou ik nog wel een maand ononderbroken slaap te gaan hebben om zover te komen waar ik zou zijn geweest zonder de gebroken nachten. Gelukkig lijkt het zo niet te werken: op een gegeven moment merk je vanzelf weer dat je meer energie hebt.  

Het einde van een tijdperk

De periode van gebroken nachten ontstaat heel plotseling, maar lijkt daarentegen subtiel en geleidelijk ten einde te komen. Ineens merk je dat de donkere kringen onder je ogen zijn verdwenen en dat de baby al een tijdje niet meer wakker is geweest ’s nachts. Net als een hoofdpijn die na een tijdje wegtrekt. Waar je eerst kon snakken naar een normale nacht slaap kun je op een later moment ineens beseffen dat de ergste versnipperde nachten voorbij lijken te zijn. Ondanks dat je je toen voornam om de goede nachten slaap nooit meer voor lief te nemen, zul je dat voornemen op een dag ook zijn vergeten. Zoals je gewend raakte aan het halve functioneren, raak je ook weer gewend aan een prettig slaapritme. Het menselijk aanpassingsvermogen verlegt grenzen, en dat is maar goed ook.

Ik weet nog dondersgoed hoe pittig die eerste tijd was, maar ik sta er niet zozeer meer bij stil. Die relatief korte maar intensieve tijd ben je blijkbaar zo weer vergeten. Zelfs nog binnen het eerste jaar van je kindje. Net als de bevalling en alle andere zware fasen van de babytijd. Mensen hebben meer veerkracht dan je zou denken. Anders zou er niet (gauw) een broertje of zusje komen voor de kleine spruit.

Opgeladen batterij

Zo weemoedig als je kunt zijn over het verstrijken van de tijd, zo blij kun je zijn dat alles van voorbijgaande aard is. Ik vind het in ieder geval heel fijn dat ons de slaap momenteel gegund is en Joanna steeds beter te ‘lezen’ is nu ze de leeftijd van tien maanden heeft bereikt. Als ze op tijd en genoeg slaapt, groeit ze goed en is ze een vrolijke meid. Haar opgeladen batterijtje zorgt ervoor dat we iedere keer weer een meisje met een brede glimlach uit het ledikantje mogen tillen, dat klaar is voor het volgende avontuur.



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *